Salvatorkerk Salvatorkerk

Salvatorkerk Veenendaal

Adriaen van Ostadelaan 54, 3904 TL Veenendaal


Werkgroep Woord- en Communievieringen

Personen

  Maria Meijer-RondeelParochiële voorganger en Contactpersoon
  Erika DupainParochiële voorganger
  Henk KoopParochiële voorganger
  Jan MeijerinkParochiële voorganger

De liturgische werkgroep verzorgt iedere maand een Woord- en Communieviering.
Er wordt incidenteel een beroep gedaan op leden uit deze groep.
Een aantal van de bovenstaande mensen hebben bij Andries Govaart de cursus 'Voorgaan in de Uitvaartliturgie' gevolgd.

 

Actualiteit


Overweging zondag 15 maart
20 maart 2020, namens Liturgische Werkgroep

De viering van zondag 15 maart in de Salvatorkerk kon niet doorgaan door de maatregelingen die genomen zijn m.b.t. het coronavirus. De viering was reeds voorbereid; ter bezinning publiceren wij voor u alsnog de lezingen en de overweging van deze zondag. Eerste lezing Exodus 17,3-7 In die dagen, leden de Israëlieten tijdens de woestijntocht hevige dorst. Zij bleven tegen Mozes morren en zeiden: "Waarom hebt gij ons weggevoerd uit Egypte als wij toch met kinderen en vee van dorst moeten sterven ?" Mozes klaagde zijn nood bij de Heer: "Wat moet ik toch aan met dit volk? Ze staan op het punt mij te stenigen." De Heer gaf Mozes ten antwoord: "Ga met enkelen van Israëls oudsten voor het volk uit, neem in uw hand de staf waarmee ge de Nijl geslagen hebt en begeef u op weg. Ik zal ginds, voor uw ogen, op een rots staan, op de Horeb. Sla op die rots: er zal water uitstromen zodat de mensen kunnen drinken." Mozes deed dat in het bijzijn van Israëls oudsten. Hij noemde de plaats Massa en Meriba vanwege de verwijten der Israëlieten en omdat zij de Heer hadden uitgedaagd door zich af te vragen: Is de Heer nu bij ons of niet? Evangelie Joh 4, 5-10.19-26. 39-42 In die tijd kwam Jezus in een stad van Samaria, Sichar genaamd, dichtbij het stuk grond dat Jakob aan zijn zoon Jozef had gegeven. Daar bevond zich de bron van Jakob en vermoeid van de tocht ging Jezus zo maar bij deze bron zitten. Het was rond het middaguur. Toen een vrouw uit Samaria water kwam putten zei Jezus tot haar: "Geef Mij te drinken." De leerlingen waren namelijk naar de stad gegaan om levensmiddelen te kopen. De Samaritaanse zei tot Hem: "Hoe kunt Gij als Jood nu te drinken vragen aan mij, een Samaritaanse?" - Joden namelijk onderhouden geen betrekkingen met de Samaritanen. Jezus gaf ten antwoord: "Als ge enig begrip hadt van de gave Gods en als ge wist wie het is, die u zegt: Geef Mij te drinken, zoudt ge het aan Hem hebben gevraagd en Hij zou u levend water hebben gegeven." Daarop zei de vrouw tot Hem: "Heer, Ge hebt niet eens een emmer en de put is diep: waar haalt Ge dan dat levende water vandaan? Zijt Ge soms groter dan onze vader Jakob die ons de put gaf en er met zijn zonen en zijn vee uit dronk?" Jezus antwoordde haar: "iedereen die van dit water drinkt, krijgt weer dorst, maar wie van het water drinkt dat Ik hem zal geven, krijgt in eeuwigheid geen dorst meer; integendeel, het water dat Ik hem zal geven, zal in hem een waterbron worden, opborrelend tot eeuwig leven." Hierop zei de vrouw tot Hem: "Heer, geef mij van dat water, zodat ik geen dorst meer krijg en hier niet meer moet komen om te putten ik zie dat Gij een profeet zijt. Onze vaderen aanbaden op die berg daar, en gij, Joden, zegt dat in Jeruzalem de plaats is waar men aanbidden moet." "Geloof Mij, vrouw, - zei Jezus haar, er komt een uur dat gij noch op die berg noch in Jeruzalem de Vader zult aanbidden. Gij aanbidt wat gij niet kent; wij aanbidden wat wij kennen, omdat het heil uit de Joden komt. "Maar er zal een uur komen, ja het is er al, dat de ware aanbidders de Vader zullen aanbidden in geest en waarheid. "De Vader toch zoekt mensen die Hem zo aanbidden. "God is geest, en wie Hem aanbidden, moeten Hem in geest en waarheid aanbidden." De vrouw zei Hem: "Ik weet dat de Messias - dat wil zeggen: de Gezalfde komt, en wanneer Die komt zal Hij ons alles verkondigen." Jezus zei tot haar: "Dat ben Ik, die met u spreek Toen dus de Samaritanen bij Hem gekomen waren, verzochten zij Hem bij hen te blijven. Hij bleef er dan ook twee dagen en door zijn woord kwamen er nog veel meer tot het geloof. Tot de vrouw zeiden ze: "Niet langer geloven wij om wat gij gezegd hebt, want wij hebben Hem zelf gehoord en wij weten, dat Deze werkelijk de redder van de wereld is. Overweging Wat is er nou gewoner dan water. Warm of koud en met een mengkraan op iedere gewenste temperatuur. Maar wat water werkelijk is, dat weet alleen een vis. En die kan niet praten. De belangrijkste dingen in ons leven zijn o zo vanzelfsprekend. De lucht die wij inademen; het eten van iedere dag; het water dat wij drinken of waarin wij ons wassen.. Het is er ieder uur dat wij willen en daarom vinden wij het ook heel gewoon. Wij draaien de kraan open en het water stroomt eruit. Al die dingen zijn vanzelf sprekend tot het fout gaat. Als de lucht vuil wordt, het water troebel is, als de stikstofnorm verlaagd wordt, als Nederland van het gas af moet, als de vriendschap omslaat in jaloezie of achterdocht, dan ontdekken wij hoe ongewoon het gewone is. Als het gewone, dagelijkse wegvalt, kunnen wij in paniek raken. Wij gaan roepen en schreeuwen: Doe iets. Laat iemand er iets aan doen! Mozes trekt met een heel volk door de woestijn, op weg naar een beter, een leefbaar land. Ze komen uit Egypte waar ze onderdrukt en als slaven behandeld werden. Maar het is er allemaal niet beter op geworden. In de woestijn is het leven moeilijk. Nu zitten ze zonder water en het volk schreeuwt naar Mozes: ‘Doe er iets aan. Verzin een list. Het is veertigdagen tijd, beste medegelovigen, woestijntijd, bedoeld om te zien wat wij echt nodig hebben om in leven te blijven. Het is bedoeld onze de kamer eens echt op te ruimen. Weg te doen wat overbodig is. Ruimte te maken voor liefde en vriendschap. Is ons gebed een riedeltje wat we afraffelen of een gesprek met God. Het is woestijntijd. Tijd om ons bewust te zijn van wat wij bidden. Tijd om antwoorden te vinden op allerlei vragen. Het volk in de woestijn heeft dorst. Dorst naar antwoorden op de vraag waar zij eigenlijk naar toe gaan. Vragen die telkens terug komen, overal ter wereld, tot op de dag van vandaag. Waar leidt dit leven toe? Waarom is het zo en niet anders? Johannes maakt er een moeilijk maar boeiend verhaal van. Om te beginnen neemt Johannes ons mee op vreemd terrein: een Samaritaans gebied. U weet waarschijnlijk wel dat het niet echt goed boterde tussen de Joden en de Samaritanen. Als rechtgeaarde Jood praat je niet met Samaritanen en ga je, indien mogelijk, niet door Samaritaans gebied. En Jezus? Tegen alle vooroordelen, tegen alle geboden, die de Joden van generatie op generatie door hebben gegeven trekt Jezus dwars door Samaria heen. Meer nog, hij knoopt een gesprek aan met iemand uit Samaria. En niet met een gewoon iemand uit het volk, maar met een vrouw. En bovendien met een vrouw die zelfs door haar eigen gemeenschap als een grote zondares wordt beschouwd. Het is immers veelzeggend dat de vrouw alleen en in de ondraaglijke middaghitte water moet komen halen. In vele culturen is de waterput de plek bij uitstek om te roddelen en nieuwtjes uit te wisselen. Deze Samaritaanse vrouw hoort duidelijk niet meer bij de groep. En met deze vrouw start Jezus een gesprek. De vrouw zelf is verbijsterd. ‘Hoe kunt u als Jood drinken vragen aan mij? Joden willen namelijk niets met Samaritanen te maken hebben.’ Maar Jezus herhaalt zijn vraag. En wat begint als een gewoon gesprek over water en dorst hebben, neemt al gauw een andere wending. Jezus spreekt over het water in de put dat de echte dorst niet lest. En hij belooft dat hij water zal geven. Levend water. Niet te verwarren met bruisend water; levend water is water dat leven geeft. En de Samaritaanse vrouw begrijpt wat Jezus bedoelt met het levend water. ‘Er is water waar je geen dorst van krijgt.’ zegt Jezus. ‘Ja, geef maar.’ antwoordt de vrouw gretig bij de put. Alsof het om een koekje gaat. ‘Nee, dat bedoel ik niet’, zegt Jezus ‘Dat water zit niet in de put.’ Dat water is niet te koop. Het is als een bron in jezelf. Jezus heeft het hier over de zuivere kracht die de mens overeind houdt. Over de liefde en de trouw. Is dat niet te hoog gegrepen? Maar dat is geen reden om het niet te proberen. God vraagt van ons geen volmaaktheid. Hij vraagt geloof en vertrouwen. Het geloof dat het levende water ook voor ons bereikbaar is. We kunnen ons zorgen maken over de toekomst. We kunnen in paniek raken en roepen: ‘Doe iets. Laat iemand iets doen.’ Wij kunnen staken en protesteren. Dat zijn de momenten, om net als die vrouw bij de put, aan Jezus te vragen: ‘Heer geef mij levend water, zodat ik geen dorst meer krijg.’ Een diepere laag in dit evangelie dan de menselijke behoefte aan eten en drinken, is het verlangen ergens bij te horen, vrienden en vriendinnen om je heen te hebben. Het is misschien opgevallen, hoe de vrouw in het gesprek Jezus steeds beter gaat begrijpen. Eerst is Jezus voor haar ook maar een gewone Joodse man, dan gaat haar geleidelijk een licht op: bent u soms groter, dan onze vader Jacob, die deze put gegraven heeft? vraagt ze zich af, half spottend, half serieus. Vervolgens zegt ze: ik zie, dat u een profeet bent! En tenslotte ontglipt haar zelfs het woord 'Messias'. Jezus is hier in gesprek met een buitenlandse en zelfs met iemand van een ander geloof dan hij. Hij is Jood en zij belijdt de godsdienst van de Samaritanen. En hier is nog iets heel bijzonders te zien: de vrouw geeft vanuit haar eigen geloofsopvatting een beschrijving van de komende Messias. Zij verwacht niet zozeer een 'Koning, een zoon van David, als Messias', zoals de Joden doen. Als Samaritaanse verwacht zij de terugkeer van Mozes. En dan gebeurt het wonderlijke: Jezus wijst haar Samaritaanse opvatting niet af. Vandaag heeft de evangelist Johannes echt de tijd genomen om ons het verhaal van deze ontmoeting tot in de kleinste details te vertellen. Heel zorgzaam en liefdevol luistert hij naar het gesprek tussen Jezus en de Samaritaanse vrouw. Geen enkel woord mag daar van verloren gaan. Het verhaal begint met een slok water en eindigt met een diepgaand gesprek over het leven. Daar tussen vindt een ontmoeting plaats. En zijn wij misschien ook zoals die Samaritaanse vrouw? Ze is stomverbaasd dat Jezus haar om hulp vraagt, en daarna ontstaat er een bijzonder gesprek tussen haar en Jezus. Laten wij dat vandaag mee terug naar huis nemen: dat wij, willen wij echte volgelingen van Jezus zijn, ons niet moeten blindstaren op vooroordelen. Wij mogen geen oordeel vellen over een mens, al wordt hij door anderen bestempeld als minderwaardig. Wij moeten de ontmoeting altijd durven aangaan. Praten met anderen. En het hoeven uiteraard niet altijd diepgravende bespiegelingen te zijn. Gewoon een praatje over het weer of over hoe het met de ander gaat. Een gezellig gesprek bij een kopje koffie. Gewoon de ander zien staan. En dan zullen wij merken hoe wij leven geven aan de ander en hoe in ons lichaam levend water opborrelt. Maria Meijer, parochieel voorganger ... [meer...]

Keer terug